Vroegtijdige opsporing betekent dat je borstkanker probeert te vinden voordat er iets te zien of te voelen is van de tumor. Het bevolkingsonderzoek borstkanker is met de mammografie de meest bekende vorm van vroegtijdige opsporing. Er is ook borstonderzoek speciaal voor vrouwen die door erfelijke of familiaire aanleg een hoog risico hebben op borstkanker. Over welke vorm van vroege opsporing het ook gaat, het is altijd een momentopname. Daarom is het belangrijk dat je je lijf goed kent en actie onderneemt als je iets afwijkends voelt of ziet.
‘Toen bleek dat ik erfelijke aanleg voor borstkanker heb, had ik twee keuzes: mijn borsten uit voorzorg laten weghalen en eventueel een reconstructie doen, of elk jaar controle met een MRI-scan en mammografie. Als er dan borstkanker wordt gevonden, is het meestal in een vrij vroeg stadium en kun je goed worden behandeld.’ Ellen (47) heeft een BRCA-mutatie en kiest vooralsnog voor deze jaarlijkse controle. Voor mensen met een aangetoond erfelijk hoog risico op borstkanker zijn heldere richtlijnen (zie kader). Dat is anders voor vrouwen bij wie geen afwijking in een gen is aangetoond, maar wel borstkanker in de familie zit. Meestal krijgen zij een individueel controleadvies dat afhangt van hoe vaak borstkanker in hun familie voorkomt en op welke leeftijd de diagnose borstkanker bij de familieleden werd gesteld.
Screening bevolkingsonderzoek
Het bevolkingsonderzoek borstkanker is er voor vrouwen tussen de 50 en 75; de leeftijd waarop borstkanker het meest voorkomt. Vrouwen in die groep worden momenteel elke drie jaar uitgenodigd voor een mammografie. Het afgelopen jaar is er veel te doen geweest over het bevolkingsonderzoek. Demissionair staatssecretaris Blokhuis besloot in november de periode voor het bevolkingsonderzoek tot 2024 te verlengen van twee naar maximaal eens in de drie jaar. Dit is nodig omdat het voorlopig niet mogelijk is om vrouwen elke twee jaar uit te nodigen voor het onderzoek naar borstkanker. Oorzaken: achterstanden door COVID-19 en een tekort aan screeningslaboranten.
Directeur van Borstkankervereniging Nederland Cristina Guerrero Paez: ‘We maken ons grote zorgen over het aantal gemiste diagnoses. We schatten dat het er op dit moment tussen de 1900 en 2500 zijn. Een kwart daarvan is DCIS, de rest heeft borstkanker (DCIS is een veel voorkomend fenomeen bij gezonde vrouwen en heeft de potentie om tot een daadwerkelijke borstkanker uit te groeien, red.) Het is onbekend wanneer deze gemiste diagnoses alsnog worden gesteld. Het grootse deel hiervan, 90 procent, wordt veroorzaakt door het tijdelijk stoppen van het bevolkingsonderzoek vanwege corona. Die gemiste diagnoses lopen we niet zomaar in. Zeker niet nu je nog maar eens in de drie jaar uitgenodigd wordt voor het bevolkingsonderzoek. We hebben hierover contact gezocht met de staatssecretaris. Hij heeft beloofd dat er hard wordt gewerkt om meer personeel te krijgen dat het bevolkingsonderzoek kan doen. Ook onderzoekt hij of ziekenhuizen kunnen bijspringen. Als Borstkankervereniging blijven wij dit dossier actief volgen.’
Minder overbehandeling
Vroegtijdige opsporing via het bevolkingsonderzoek heeft voor- en nadelen. Het voordeel is helder: als je borstkanker hebt, kan het door het bevolkingsonderzoek in een vroeg stadium worden ontdekt. Jaarlijks wordt er bij ongeveer 7.000 vrouwen een tumor gevonden door deze screening. Enkele nadelen zijn er ook. Bij ongeveer 1 op de 10 vrouwen met borstkanker groeit de tumor zo langzaam dat zij er tijdens hun leven geen last van zouden hebben gehad. Behandeling voor borstkanker (inclusief DCIS), die soms levenslange gevolgen heeft, was dan achteraf bezien niet nodig geweest. Soms blijkt na nader onderzoek dat de gevonden afwijking toch geen borstkanker was. In dat geval heeft iemand zich misschien onnodig ongerust gemaakt. Borstkankervereniging Nederland is voorstander van een bevolkingsonderzoek op maat. Guerrero Paez: ‘Sommige vrouwen hebben meer risico op borstkanker. Je zou hen willen opsporen en een screeningsadvies op maat willen geven. Er wordt onderzocht of je vrouwen met een laag risico op borstkanker minder zou willen screenen, wat mogelijk overbehandeling voorkomt.’
Bevolkingsonderzoek op maat
Prof. dr. Mireille Broeders is hoogleraar Personalized Cancer Screening aan het Radboudumc. Zij richt zich onder meer op het zo vroeg mogelijk opsporen van borstkanker, met zo min mogelijk nadelen voor de deelnemers. ‘We weten dat een aantal factoren een rol speelt bij het ontstaan van borstkanker. Zoals medicijngebruik, overgewicht, of een vrouw kinderen heeft gekregen en op welke leeftijd, pilgebruik en nog veel meer. Al die factoren samen bepalen iemands borstkankerrisico.’ Om te ontdekken hoe dit precies zit, startte Mireille de landelijke PRISMA-studie. ‘Als we weten wie meer of minder risico loopt, kunnen we het bevolkingsonderzoek hier mogelijk op aanpassen en daarmee nog effectiever maken. Dat betekent dat je sommige vrouwen misschien wel elk jaar uitnodigt en dat iemand anders de boodschap krijgt dat eens in de vier jaar voldoende is. Dat zal wennen zijn, maar vrouwen zouden daarmee wel beter geholpen worden.’
Pijnlijke mammografie
Bij vroegtijdige opsporing naar borstkanker krijgen vrouwen meestal een mammografie. Sommige vrouwen ervaren die als heel vervelend. Zoals Goli Abdurahman (54). ‘Nadat ik op mijn veertigste borstkanker kreeg, moest mijn gezonde borst elk half jaar worden gecontroleerd. Bij de eerste mammografie schreeuwde ik het uit van de pijn. De laborant reageerde heel koel. Ik moest huilen, maar dat negeerde ze. Ik voelde me hulpeloos en machteloos. Toch ben ik daarna bij elke oproep gegaan. Ik vind het belangrijk om je borsten te laten controleren. Je wilt niet te laat zijn.’
Er wordt volop onderzoek gedaan naar meer vrouwvriendelijke apparaten en onderzoeksmogelijkheden. Prof. dr. Mireille Broeders: ‘De grootste verandering op dit moment zit vooral in de platen waartussen een borst wordt “samengedrukt” om een goede foto te kunnen maken, bijvoorbeeld meer naar het lichaam gevormd of met minder druk. Feit blijft wel dat het borstweefsel goed moet worden uitgespreid om een mammografie te maken die de radioloog goed kan beoordelen. Dat blijft voor sommige vrouwen een vervelende ervaring. Totdat er iets beters is, zullen we het daar voorlopig nog mee moeten doen.’ Gelukkig gaat de technologische ontwikkeling verder. ‘Zo wordt onderzocht of een bloedtest kan aantonen of er sprake is van borstkanker. Als de bloedtest zegt dat er niets aan de hand is, hoeft een vrouw geen verder onderzoek te ondergaan. Als de bloedtest wel iets aangeeft, dan zul je alsnog een mammografie of ander beeldvormend onderzoek nodig hebben om te bepalen waar het zit.’ Deze ontwikkeling is nog wel ver weg. Er zijn ook “slimme” computerprogramma’s in ontwikkeling die kunnen bepalen hoe groot de kans is dat iets echt borstkanker is. Daarmee voorkom je dat er onterecht vrouwen uit worden gepikt die geen borstkanker blijken te hebben. Daarnaast kan met dit soort programma’s borstkanker mogelijk in een heel vroeg stadium worden opgespoord.’
Ken je lijf!
Een deuk in je borst, verandering van de huid, een bult, dikke ader of putjes in de borst, er zijn allerlei signalen van borstkanker. Soms zijn ze te zien, soms alleen te voelen. De boodschap van BVN is duidelijk: ‘Ken je lijf!’. ‘Onderzoek naar je borsten bij erfelijke aanleg of in het bevolkingsonderzoek is altijd een momentopname’, zegt Cristina. ‘Daarom is het belangrijk om je borsten in de gaten te houden. Dit doe je door goed naar je borsten te kijken en ook te voelen. Dit zou eigenlijk heel normaal moeten zijn. Ik vind dan ook dat we onze dochters moeten leren dat dit er gewoon bij hoort. Net als tandenpoetsen, alleen dan veel minder vaak. Zie je iets of voel je iets? Aarzel niet en ga naar de huisarts. Beter dat je voor niets gaat, dan dat je toch borstkanker blijkt te hebben.’
Borstkanker is vaak te herkennen aan veranderingen. Je borst voelt anders aan of ziet er anders uit. Veel mensen weten dat een knobbeltje in je borst kan duiden op borstkanker, maar er zijn meer mogelijke veranderingen.