Zingen. Kinderen die langskomen en je een stralende lach toewerpen. Naar de film met vrienden, wandelen of een paar dagen kamperen. Er is een heleboel dat het leven van Denice, Clementine en Sandra de moeite waard maakt na hun diagnose uitgezaaide borstkanker.
Ze leidden drie totaal verschillende levens, voordat de scans hen alle drie dezelfde uitslag gaven. Denice den Haan (28) werkte als procesmanager in een supermarkt toen ze in januari 2024 de diagnose borstkanker kreeg, met een paar dagen later de toevoeging ‘uitgezaaid’. Haar dochter was net drie maanden. Clementine Vervoordeldonk (67), voormalig psychiatrisch verpleegkundige en researchmedewerker bij de VPRO, was haar man een halfjaar eerder plotseling verloren aan een hartaanval, toen een kuchje haar grootste angst bevestigde: haar borstkanker in 2006, bleek in 2016 uitgezaaid. Ook Sandra Wegman-Meijer (52), verzorgende IG op een revalidatieafdeling, was vier jaar eerder behandeld aan tumoren in beide borsten, toen een bobbeltje in haar nek in januari 2024 niet gewoon een opgezette lymfeklier bleek door een wortelkanaalbehandeling, maar een van de uitzaaiingen die zich verder ook in haar long, lever en botten bevonden.
Passie
Alle drie pakken ze alle behandelingen aan die mogelijk zijn, vertellen de vrouwen op een warme zomerdag aan de digitale keukentafel. Want één ding staat voor ze vast: er is nog genoeg om van te genieten, er kan nog zoveel wél. Sandra vertrok eind mei met dochter Eva (22) naar de Formule 1 in Barcelona, een grote passie van moeder en dochter. Clementine pakt regelmatig een film of museum. ‘Of ik ga een paar dagen weg met vrienden; kamperen en een rondje fietsen. Mijn kinderen komen soms logeren. Dat zijn de fijne dagen.’ Denice haalt vooral kracht uit haar moederschap: ‘Mijn dochter is mijn drijfveer om door te gaan.’
Sandra ondergaat chemokuren, Paclitaxel, Clementine slikt een kankerremmer: Palbociclib. Denice is sinds een jaar tegen ieders verwachtingen in schoon. ‘Sterker nog: mijn prognose van drie tot vijf jaar is onlangs bijgesteld tot misschien wel vijftien jaar. Mijn driemaandelijkse scans vinden nu nog maar twee keer per jaar plaats. Op mijn verzoek; ik wilde niet langer van scan naar scan leven, me bewust van het feit dat elke scan een stap dichterbij de mededeling is dat de kanker weer actief is.’ Een ‘doemzwaard’, noemen alle drie de vrouwen het instemmend. Clementine: ‘Want je weet: op enig moment is de uitslag níét meer goed.’
In actie of juist niet
De knop omzetten naar een positieve instelling kwam hen dan ook niet aanwaaien. Clementine: ‘Mijn eerste reactie toen ik de diagnose kreeg, was “ik ga hartstikke dood”. Mijn oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoek wist me tot rede te brengen en zei: “Er zijn nog veel mogelijkheden, je kunt nog jaren door’’. Daarop durfde ik de gedachte dat mijn kinderen verder moesten zonder mij voorlopig los te laten. Ik heb ook niets geregeld voor mijn uitvaart. Dat laat ik over aan mijn kinderen, dat vind ik belangrijk voor hun rouwproces.’
Ook Sandra voelde in eerste instantie de grond onder haar voeten wegzakken. ‘Maar het helpt me niet om bezig te zijn met mijn eindigheid. Ik wil mijn prognose niet eens weten, ik wil mijn normale leven zo lang mogelijk leiden. Pas als er echt geen behandelmethoden meer zijn, zie ik wel weer verder. Al vertelde ik mijn man afgelopen vakantie in de Franse Ardennen, voor het eerst dat een plekje op een natuurbegraafplaats me wel wat lijkt. En ik vind het belangrijk dat onze hond de kans krijgt om afscheid van me te nemen, en bij me mag wanneer ik in de kist lig.’
Denice kwam meteen in actie. Ze ontwierp haar eigen rouwkaart en vulde een doos met recepten die ze graag kookt en brieven voor haar dochter, voor elke verjaardag en mijlpaal één. Haar eerste menstruatie, haar huwelijksdag. ‘Nu ik weet dat ik een deel van de brieven waarschijnlijk zelf aan haar zal kunnen voorlezen, schrijf ik ook een brief ná elke mijlpaal. Over wat we op haar eerste verjaardag hebben gedaan, bijvoorbeeld. Al scheelt het de wereld dat ik nu weet dat ze me zich later zal herinneren.’
Rouwen om wat niet kan
De levens van Denice en Clementine zijn – anders dan dat van Sandra – drastisch veranderd na de diagnose, ze zijn zélf veranderd. Uitgezaaide borstkanker brengt rouw met zich mee. Om de moeder en oma die ze zo graag hadden willen zijn, bijvoorbeeld. Clementine: ‘Mijn zonen, alle drie dertigers, wonen in Duitsland, Zwitserland en Amsterdam. De bestraling heeft mijn longen aangetast; ik kan nooit naar ze toe rijden om ze te helpen in huis. Ze hebben nog geen kinderen, maar als ik zie wat mijn zus met haar kleinkinderen doet, realiseer ik me dat ik nooit zo’n actieve oma zal zijn.’
Denice rouwt om haar voormalige beste vriendin die niet kon omgaan met haar ziekte. En omdat haar relatie niet meer gelijkwaardig is, maar meer van patiënt en verzorger. Sandra betreurt vooral wat ze nooit zal meemaken. ‘Bejaard met mijn man op een bankje zitten. Afstudeermomenten, de eerste banen en auto’s van mijn kinderen. Ik ben al oma, mijn oudste zoon heeft een dochter van 5, maar dat ik mijn andere kinderen niet zal zien in de ouderrol, maakt me verdrietig.’
Dat haar leven in praktische zin niet wezenlijk is veranderd na de diagnose, komt vooral doordat ze tot nu toe nog geen pijnklachten had en nog werkt, denkt ze. ‘Een groot deel van mijn kwaliteit van mijn leven zit ‘m júist in het werk dat ik doe. En ik genoot altijd al van de kleine dingen. Een kop koffie drinken met mijn man, een terrasje pakken met een vriendin. Een egel die over straat loopt. Dat is nu niet anders.’
Niet altijd patiënt willen zijn
Gek genoeg levert hun ziekte ze ook extra mooie momenten op, zeggen Denice, Sandra en Clementine unaniem. Er ontstonden dierbare, nieuwe vriendschappen. Clementine vertrok naar een therapieweek in Les Vaux, Frankrijk voor mensen met kanker. Met een paar deelnemers vormde ze spontaan een lotgenotengroep die regelmatig bij elkaar komt. ‘Aan hen hoef ik niets uit te leggen, iedereen weet hoe het is om uitgezaaide borstkanker te hebben.’
Ook Denice vindt steun bij lotgenoten, onder andere via Stichting Jongeren en Kanker, die veel organiseert voor jongeren en jongvolwassenen met kanker. Het is goud waard om mensen om zich heen te hebben die aan een half woord genoeg hebben, zegt ze. ‘Mensen in mijn sociale omgeving zijn voorzichtiger geworden, huiverig hun beslommeringen met me te delen die volgens hen klein bier zijn naast wat ik meemaak. Ik ben er altijd de patiënt. Terwijl: ik hoor niets liever dan wat hen bezighoudt, en ben blij als het even niet over mij gaat.’
Sandra ervaart juist onverwacht veel steun van vriendinnen, haar gezin en collega’s en geniet meer dan ooit van de voldoening van haar werk. Maar ook zij heeft moeite ‘de patiënt’ te zijn. ‘Dus praat ik er liever helemaal niet over. Bovendien wil ik mijn kinderen niet belasten met een zieke moeder.’ Clementine: ‘Het scheelt dat op mijn leeftijd meer mensen te maken hebben met ziekte en verlies. Mijn bestaande vriendschappen zijn hechter geworden door mijn diagnose. Ze zetten me in mijn kracht, in plaats van me te bedekken met een deken van zorg en medelijden. Inderdaad door júíst met me te delen wat in hun levens speelt, en me om advies te vragen wanneer ze dat nodig hebben.’
Geluk in het thuisfront
Natuurlijk slaat de somberheid soms toe. Wanneer het buiten donker is of slecht weer, en Clementine met haar neus op de feiten wordt gedrukt dat ze alleen is. En Denice een potje huilt omdat ze haar dochter waarschijnlijk nooit zal zien trouwen, of moeder ziet worden. Sandra houdt haar verdriet zoveel mogelijk voor zichzelf, haar Friese gezin bestaat niet uit praters. ‘Ja, dat is soms eenzaam’, zegt ze. ‘Zoals afgelopen zomervakantie, toen ik plotseling veel pijn kreeg in mijn heup en buik en sindsdien voel: dit was mijn laatste zomervakantie.’
Ze houdt zulke gedachten voor zich, weet dat ze de volgende dag altijd weer zonniger inziet. Clementine herkent die gedachten. ‘Toen ik de parasol inklapte na de laatste zomerdag, dacht ik onwillekeurig: misschien is dit de laatste keer dat ik dit doe. Toch weet ik mezelf vaak weer uit die somberheid te trekken, meestal door te zingen bij Zing je sterk, een online zang- en ademtraining voor mensen met langdurige gezondheidsklachten.’
Behoefte om het roer om te gooien hebben de vrouwen niet. Hun grootste geluk ligt nu eenmaal in het dagelijkse, de gewone dingen thuis. Sandra: ‘In wandelen met de hond en een boodschap doen.’ Clementine: ‘Of gewoon in mijn tuintje zitten.’ Denice: ‘Geluk zit écht in de kleine dingen. Pas als ik dát niet meer ervaar, zit mijn tijd erop.’