Het thema van de borstkankermaand is: elke borst is uniek. Een borstamputatie heeft een behoorlijke impact, zowel lichamelijk als emotioneel. Reconstructie kan een optie zijn. Wat past er het beste bij jou en jouw borst? Een overzicht van de mogelijkheden.
Prachtig plat
Hoewel de reconstructiemogelijkheden legio zijn, is niets doen ook een optie. Hester Oldenburg, oncologisch chirurg in het Antoni van Leeuwenhoek vertelt: ‘Veel vrouwen maken deze keuze. Daar zijn allerlei redenen voor. Er zijn patiënten die gewoon geen behoefte hebben aan een reconstructie en tevreden zijn met hun lijf zonder borstreconstructie. Soms zijn patiënten angstig voor een prothese, of ze denken dat de risico’s op terugkeer groter zijn. Dat is niet zo, dus aan ons de taak om daar zo goed mogelijk voorlichting over te geven. Het is in elk geval een optie die ook altijd wordt besproken in de spreekkamer.’
Inwendige prothese
Siliconen versus zoutwater
Protheses zijn er in allerlei soorten en maten, qua materiaal kun je vaak kiezen uit een volledig siliconen prothese of een met zoutwater gevulde prothese – hiervan bestaat alleen het omhulsel uit siliconen.
Glad & ruw
‘Verschil in vorm is er ook’, vertelt Leonie Woerdeman, plastisch chirurg in het Antoni van Leeuwenhoek. ‘Je hebt protheses met een gladde buitenkant, die zijn vrijwel altijd rond, en met een geruwde buitenkant, doorgaans in druppelvorm waarbij het volume aan de bovenkant minder vol is dan aan de onderkant. Het geruwde zorgt ervoor dat de prothese niet draait.
Is je borst geamputeerd, dan heb je alleen de huid eromheen en eventueel de tepel over – de vorm van de prothese wordt de vorm van je borst. Een druppelprothese geeft dan een wat natuurlijker effect.’
Meest gangbaar
‘Een borstprothese is de meest gangbare methode op reconstructiegebied’, aldus Oldenburg. ‘Er zijn twee manieren om een borstprothese te plaatsen. Tot voor kort was de meest gebruikte methode om de prothese áchter de borstspier te plaatsen. Nadeel daarvan is wel dat die spier moet worden losgemaakt, wat soms een ‘strak’ gevoel geeft omdat de spier niet meer platligt. Omdat de huid ook tegen de spier komt te liggen, zie je soms duidelijk de spierbewegingen en beweegt je nieuwe borst hierdoor mee. Als de prothese óp de spier ligt, heb je deze nadelen niet. De prothese is dan wel kwetsbaarder, met minder bedekking direct onder de huid – vooral als je niet veel eigen vetweefsel hebt. Soms kun je de rand van de prothese zien, omdat deze dicht onder de huid zit. Deze methode is overigens niet geschikt voor alle patiënten. Als iemand nog bestraald moet worden, zijn we terughoudender, omdat de huid dan extra kwetsbaar is. Daarbij verschilt de methode per ziekenhuis.’
Voor- en nadelen
Een prothese is een lichaamsvreemd materiaal. Woerdeman: ‘Je lijf reageert daarop door bindweefsel om dat implantaat heen te maken. Dat heet inkapseling en kan soms pijnklachten en vervorming van de prothese veroorzaken. Er is een klein risico op het scheuren of lekken van een siliconen prothese. In dat geval moet het implantaat worden verwijderd en vervangen. Het grootste verlies bij een borstamputatie is het verdwijnen van het gevoel in de borst. Je kunt de huid weliswaar ‘bewaren’, maar de zenuwen die door je borst lopen zijn weg. Ook kan je protheseborst kouder en stugger aanvoelen dan een echte borst. Het voordeel is dat amputatie en reconstructie meestal tijdens dezelfde ingreep kunnen plaatsvinden.’
Lichaamseigen weefsel
Microchirurgie
Bij een borstreconstructie met lichaamseigen weefsel wordt op een andere plek in je lichaam weefsel weggenomen, bijvoorbeeld uit je buik. Woerdeman: ‘Dat weefsel moet goed doorbloed zijn én wordt op een slagader en ader in je borstkas aangesloten. Dat is microchirurgie en zo’n operatie duurt al gauw zes tot acht uur voor één borst. Naast buikweefsel is het ook mogelijk om weefsel te gebruiken uit de billen of benen. Tot slot kun je een borst maken met de grote rugspier, maar dan vaak in combinatie met een kleinere prothese.’
Roken en ziektes
Niet iedereen komt in aanmerking voor een borstreconstructie met lichaamseigen weefsel. Dit is afhankelijk van je postuur, of je rookt en of je bijvoorbeeld suikerziekte of ernstig overgewicht hebt. Oldenburg: ‘Daarbij wordt het bij ons vooral gebruikt als iemand al eerder bestraald is en opnieuw geopereerd en gereconstrueerd wordt. Door bestraling vermindert de huidkwaliteit van de borst, dan is het prettig om eigen, niet bestraald weefsel te gebruiken en zo de slagingskans te vergroten.’
Voor- en nadelen
Een groot voordeel van lichaamseigen weefsel is dat het ‘eigen’ aanvoelt. Woerdeman. ‘Het is warmer en zachter. Een nadeel is dat er een groot litteken achterblijft op de plaats waar het weefsel is weggehaald. Daarbij kunnen er complicaties optreden, bijvoorbeeld omdat de bloedcirculatie in de nieuwe borst niet optimaal is. Vaak kom je daar tijdens de ingreep achter, maar soms pas 48 uur later. Het gevolg is dat je dan meerdere operaties nodig hebt om dat op te lossen. Ook zonder complicaties heb je gemiddeld nog wel één extra operatie nodig voor een goed resultaat.’
Tepelsparend
Voor veel vrouwen voelt een borst pas compleet met óók een tepel erop. Gelukkig is een tepelsparende operatie steeds vaker mogelijk. ‘In het Antoni van Leeuwenhoek is het zelfs de standaard om de tepel te bewaren, mits het oncologisch veilig is’, vertelt Woerdeman. ‘Natuurlijk is tatoeëren bij verlies van de tepel ook een optie, maar het wordt zelden zo mooi en herkenbaar als je eigen tepel.’
Lipofilling
Van prothese naar volledig
Aanvankelijk was lipofilling bedoeld om kleine deukjes na een reconstructie met lichaamseigen weefsel op te vullen, of omdat een prothese nét iets anders viel dan de oorspronkelijke borst. Inmiddels is het begrip breder geworden en is er een nieuwe techniek waarbij de hele borst soms met lipofilling kan worden opgevuld. Woerdeman: ‘Je maakt gebruik door liposuctie van vetcellen uit buik of benen die je in de borst ‘spuit’. Wel moeten die vetcellen in goed doorbloed weefsel worden ingebracht. Dat gaat niet in één keer, dan sterven die cellen af, dus meestal zijn er drie tot vier ingrepen nodig. Daarbij moet je voorafgaand aan de ingreep langere tijd een soort zuignap op je borst dragen, een BRAVA, die de huid van de onderlaag afstrijkt en meer ruimte in je borst creëert – waardoor er meer ruimte is voor het vetweefsel. Ook nog goed om te weten is dat je maximaal tot cup C kunt gaan, omdat groter niet haalbaar is.’
Voor- en nadelen
Omdat er meerdere ingrepen nodig zijn, gaat er vaak zo’n jaar overheen voordat de borst klaar is. ‘Voor veel patiënten is dat een bezwaar. Anderzijds voelt de nieuwe borst ‘eigen’ aan en is er nauwelijks littekenvorming. Over de langetermijneffecten weten we echter nog niet zoveel, omdat deze ingreep pas sinds kort wordt vergoed en nog niet overal kan worden uitgevoerd.’
Lipofilling als bumper
Ook bij pijnklachten na een borstoperatie is lipofilling een mogelijkheid. ‘Patiënten ervaren na een amputatie vaak pijn aan de zijkant van hun borst, omdat daar veel zenuwen zitten die als het ware zijn afgebroken. En soms liggen de spieren dichter op de huid na het verwijderen van een borst. Een laagje vetcellen kan dan als een soort bumpertje werken. De pijnklachten zullen misschien niet helemaal verdwijnen, maar wel afnemen.’
Reconstructies voor mannen
Steeds vaker komen mannen op het spreekuur voor een reconstructie. Woerdeman: ‘Als een man zijn borst moet laten amputeren, wordt vaak ook de tepel verwijderd omdat deze dichter bij het tumorweefsel zit, een mannenborst is immers kleiner. Dat kan best confronterend zijn, helemaal als het zomer is en mannen in hun zwembroek lopen – wat dat betreft merk ik echt dat de man van nu ijdeler is dan die van twintig jaar geleden. Borstprotheses zijn vaak te groot voor mannenborsten, maar het gebruik van lipofilling is soms een goede optie. Voor een tepelreconstructie wordt lokaal wat weefsel verplaatst waarvan een tepelknopje wordt gemaakt. Dat is een vrij eenvoudige ingreep die zelfs zonder narcose kan. Later kan er een kleur op worden getatoeëerd.’
3 vragen aan
Hester Oldenburg, oncologisch chirurg in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam
- Hoe kom je tot de juiste keuze als het gaat om een borstreconstructie?
‘Ga het gesprek aan met je arts en laat je goed voorlichten. Soms valt er minder te kiezen, omdat een borstsparende operatie bijvoorbeeld niet mogelijk is. Maar in principe gaat alles altijd in samenspraak tussen dokter en patiënt, waarbij de dokter de kaders bepaalt en de patiënt kiest.’
- Waar moet je op letten om voor reconstructie in aanmerking te komen?
‘Roken is de grootste risicofactor. Het is zelfs zo dat als iemand die rookt de borsten preventief wil laten verwijderen vanwege het risico op kanker, we dan niet opereren. Diegene moet dan minimaal een halfjaar gestopt zijn. Natuurlijk heb je die tijd niet als je kanker hebt, en natuurlijk reconstrueren we een patiënt dan wel, als het kan. De kans op complicaties, of zelfs verlies van de reconstructie, is namelijk wel groter bij iemand die rookt. Je maakt gebruik van huidlappen, doorbloeding en bloedvaatjes; die moeten van een bepaalde kwaliteit zijn. Ook overgewicht en eerdere bestralingen zijn risico’s, omdat de huid dan al aangedaan en kwetsbaar is.’
- Wat wordt wel en niet vergoed?
‘In principe wordt alles vergoed. Voorheen moesten bepaalde ingrepen worden aangevraagd bij de verzekeraar. Als er na een borstreconstructie een verschil in grootte was tussen de borsten en dit gecorrigeerd moest worden bijvoorbeeld, of bij een uitgestelde reconstructie, dus een paar maanden na de borstamputatie. Maar ook dat wordt nu volledig vergoed.’
Elke borst (en ieder mens) is uniek! Maar hoe maak je een voor jou goede keus, als duidelijk is dat je borst(en) geamputeerd wordt? De keuzehulp Borstreconstructie ondersteunt patiënt en specialist bij de keuze voor wel of (nog) geen borstreconstructie.