8 / 10
Na de behandeling: blijf alert op je borsten

Na de behandeling: blijf alert op je borsten

Zelf je borst checken op veranderingen die kunnen duiden op borstkanker: voor veel vrouwen die al behandeld zijn is het letterlijk en figuurlijk een gevoelig onderwerp. Hoe belangrijk is het om zelfonderzoek te doen? En hoe pak je dit na een behandeling het beste aan?

‘Ik spreek patiënten die zich na hun behandeling van borstkanker niet elke dag zorgen maken’, vertelt Nieke Vermulst. Zij is oncologisch chirurg in het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Nieuwegein. ‘Maar net zo veel patiënten die ik spreek, zijn er juist wél elke dag mee bezig. Zeker in de periode waarin de jaarlijkse nacontrole plaatsvindt.’

Is het in dat laatste geval nou verstandig om heel planmatig zelfonderzoek te doen? Vermulst: ‘Niet als het onrust of stress veroorzaakt. Ik raad vooral aan om alert te zijn op veranderingen in je borst, om na je behandeling breast aware te blijven. Mocht je dan onder de douche een keer een bultje voelen, dan moet je daar uiteraard naar laten kijken. Want vroegtijdige opsporing kán uiteindelijk de kans op succesvolle behandeling vergroten. En regelmatig controleren kan bijdragen aan het eerder opmerken van veranderingen in de borst of borststreek. Voel je vooral nooit schuldig als je het niet doet. Want regelmatig zelfonderzoek heeft zelden invloed op de uiteindelijke behandeling en de uitkomst ervan.’

Kleine kans

Zowel na een borstsparende als een borstverwijderende operatie is de kans op terugkeer van de ziekte in dezelfde borst zo’n twee tot drie procent. Vrij klein dus, en ook kleiner dan de ongeveer veertien procent kans die je als vrouw loopt om gedurende je leven borstkanker te ontwikkelen. Daarmee lijkt regelmatig zelfonderzoek na behandeling mogelijk minder relevant dan daarvóór.

Vermulst: ‘Die conclusie zou je kunnen trekken. Ook doordat je de drie jaar na de behandeling sowieso al onder controle staat. Maar natuurlijk blijft er een kans dat het terugkomt. Ook dan kan het helpen om vroegtijdig de signalen te herkennen.’ Zelfonderzoek na behandeling is vaak wel lastiger dan daarvóór, legt Vermulst uit: ‘Je borsten zijn veranderd door de operatie en vaak ook door de bestraling. Dat kan zorgen voor ‘hobbels en bobbels’ in het vetweefsel die er daarvoor nog niet waren. Dat effect kan jaren aanhouden. Littekenweefsel kan voor veranderingen zorgen. Plekken kunnen steeds anders aanvoelen. En als er achter een tepel geopereerd is, bestaat de kans dat die wat intrekt. Het is vaak lastig om in te schatten of zo’n verandering een signaal is van terugkerende kanker of een gevolg van de behandeling.’

Zien en voelen

Toch vinden velen het ook na de behandeling een prettig idee om zelfonderzoek te doen. ‘Dat kun je doen zoals je het altijd al deed’, vertelt Vermulst. ‘Volg bijvoorbeeld de aanwijzingen die te zien zijn op de website Know Your Lemons. Die ‘citroenen in een doosje’ geven een mooi overzicht van de dingen waarop je kunt letten. Denk aan verharding, kuiltjes, vochtverlies, een ingetrokken tepel of een hard knobbeltje. Dingen die je kunt zien of voelen. Na een borstamputatie is dat laatste soms nog sneller op te merken.’

Maar hoe vaak kun je je borststreek nou het beste checken? Is het handig om daar regelmaat in aan te houden of juist niet? ‘Wat mij betreft gaat het vooral om het kennen van je eigen lijf’, verduidelijkt Vermulst. ‘Dat je onder de douche staat en denkt: Hey, dat deukje of putje zat er vorige week nog niet. Dat soort opmerkingen hoor ik vaak in de spreekkamer. Die vrouwen checken dus niet structureel, maar hebben dondersgoed door dat er iets is veranderd. Dat voelen of zien ze.’

Stress en onrust

Als een patiënt een verandering opmerkt en daarmee naar haar spreekuur komt, is stress of onrust eigenlijk altijd wel merkbaar. Vermulst: ‘Volkomen begrijpelijk, het is belangrijk die zorgen serieus te nemen. Daarom houd ik de drempel laag voor aanvullend onderzoek, zoals een echo of biopt. Als je twijfelt over een verandering in je lichaam, moet je je nooit bezwaard voelen om contact op te nemen met je huisarts of behandelend arts.’

De oncologisch chirurg waarschuwt wel om niet te vaak te checken. ‘Niet elke dag of om de paar dagen. Dan merk je veranderingen juist minder goed op, omdat je erin ’meegroeit’. Eén keer per maand is een prima frequentie. Als je nog menstrueert, is een week na de menstruatie een goed tijdstip; dan is het borstklierweefsel het rustigst. Voor vrouwen die niet menstrueren maakt het tijdstip niet zo veel uit.’

Voor Vermulst is het duidelijk: niemand zou moeten twijfelen om aan de bel te trekken, zeker na behandeling: ‘Als iets er verdacht uitziet of aanvoelt en je hebt er een slecht gevoel bij: vertrouw op je intuïtie. Maak een afspraak. Je kan er beter een keer voor niks naar laten kijken dan dat je ermee rond blijft lopen en het blijkt wél wat te zijn.’

5 tips voor zelfonderzoek na behandeling
  1. Doe je zelfonderzoek op dezelfde manier als vóór de behandeling. Tips vind je onder meer op onze site en houd er rekening mee dat effecten van de behandeling het zelfonderzoek lastiger kunnen maken. De app Know Your Lemons (zie roze kader) kan je ook helpen!
  2. Vóél niet alleen, maar kíj́k ook naar je lijf. Vermulst: ‘Ga voor de spiegel staan en check bijvoorbeeld of je putjes of deukjes ziet die er eerst niet waren.’
  3. Controleer ook je oksel. Vermulst: ‘Daarin kunnen vergrote klieren te voelen zijn, die je soms eerder opmerkt dan een tumor in je borststreek.’
  4. Ben je al behandeld voor borstkanker en merk je iets op dat niet goed voelt? Neem dan rechtstreeks contact op met je eigen arts in het ziekenhuis (als je nog onder controle staat) of met je huisarts.
  5. Zelfonderzoek kan spannend zijn. Toch is het belangrijk je lichaam in de gaten te houden. Vermulst: ‘Verwijt het jezelf nooit als je geen onderzoek hebt gedaan en er bij een reguliere controle iets wordt gevonden. Dit betekent niet dat het behandeltraject anders zal verlopen. Doe wat goed voelt voor jou en wat bij jou past!