Anti-hormonale therapie wordt ingezet bij hormoongevoelige borstkanker. De meeste vrouwen slikken één pilletje per dag, maar wel vaak jarenlang. Door bijwerkingen is de impact op de kwaliteit van leven soms groot.
Anti-hormonale therapie is een behandeling die wordt ingezet bij hormoongevoelige borstkanker. Ongeveer 80 van de 100 vrouwen met borstkanker hebben deze vorm. Borstkanker bij mannen bedraagt nog geen 1 procent van de jaarlijkse diagnoses, echter is bij hen in 90 procent van de gevallen sprake van een hormoongevoelige variant. Bij hormoongevoelige borstkanker groeit de tumor onder invloed van de geslachtshormonen oestrogeen en/of progesteron. ‘Anti-hormonale therapie blokkeert de aanmaak van deze hormonen of blokkeert de hormoonreceptoren op de tumor’, legt Mirte Kurstjens-Van der Spek, verpleegkundig specialist in het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) in Amsterdam uit. Voor welke van deze behandelvarianten wordt gekozen, hangt onder meer af van je leeftijd, of je al in de overgang zit of nog menstrueert, hoe groot de tumor is en hoe hoog het risico op terugkeer van de borstkanker is.
Combineren met chemotherapie
Anti-hormonale therapie bestaat al heel lang en is de belangrijkste en meest effectieve behandeling bij hormoongevoelige borstkanker. Meestal gaat het om één klein pilletje per dag dat doorgaans vijf jaar – maar soms ook langer – moet worden geslikt. Kurstjens-Van der Spek: ‘Voorheen werd anti-hormonale therapie pas ingezet ná het behandeltraject omdat we dachten dat je deze therapie en chemotherapie niet mocht combineren. Maar we weten nu, dat dit prima kan.
Daarom starten we in het AVL bij de meeste patiënten de anti-hormonale therapie al meteen aan het begin van het behandeltraject. Dit is een redelijk nieuw inzicht en nog niet alle ziekenhuizen in Nederland behandelen op deze manier.’
Bijwerkingen
De aandacht voor anti-hormonale therapie is de laatste jaren flink gegroeid. Er is vooral meer oog voor de bijwerkingen die deze behandeling geeft. Het laat zich helaas niet helemaal voorspellen wie wel en wie niet last krijgt van klachten zoals opvliegers, spier- en gewrichtspijn, botontkalking, vermoeidheid, stemmingswisselingen, vaginale droogheid bij vrouwen, minder zin in seks en een toename in gewicht. Wel lijkt het erop dat vrouwen die hun leven lang al last hebben van hormonale klachten soms gevoeliger zijn voor dit soort bijwerkingen. En andersom: vrouwen die relatief makkelijk door de natuurlijke overgang gingen, ondervinden ook vaak weinig problemen. Het is niet zo dat je minder last hebt van bijwerkingen als je al door de overgang bent en dus minder vrouwelijke hormonen hebt. Sommige vrouwen die de overgang al achter zich hebben gelaten, hebben toch last van veel bijwerkingen. Het percentage vrouwen dat last krijgt van matige tot ernstige bijwerkingen is zo’n 30 tot 50 procent. Ook het aantal patiënten dat voortijdig stopt met de behandeling is hoog. ‘Als zorgverleners proberen we nu meer aandacht te hebben voor bijwerkingen en het managen van verwachtingen, zowel bij de start als tijdens het behandeltraject. Het belangrijkste is dat patiënten hun klachten benoemen. Twijfel niet om hiervoor contact op te nemen met je behandelend arts of verpleegkundig specialist. Helaas kunnen we niet alles oplossen, maar soms kunnen we een vervelende bijwerking wel leefbaar maken.’
Opvliegers
Vrouwen die anti-hormonale therapie krijgen en nog niet in de overgang zitten, komen vrijwel meteen in de overgang door de afname van het hormoon oestrogeen. De meest gehoorde bijwerking is dan ook opvliegers. ‘Als dit heel hevig is, bestaat er medicatie die je hiervoor kunt gebruiken. Deze medicatie is niet speciaal ontwikkeld tegen opvliegers, maar heeft als bijwerking dat ze opvliegers onderdrukken. Onlangs kwam er een nieuw middel op de markt, specifiek bedoeld tegen opvliegers, Fezolinetant. Of dit medicijn ook veilig te gebruiken is voor vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker, is nog onbekend. Binnenkort start daar een studie naar. Veel vrouwen met opvliegers hebben ook baat bij acupunctuur of tips als het vermijden van alcohol en cafeïne.’
Veel vrouwen die anti-hormonale therapie ondergaan, komen aan in gewicht, vooral in het eerste jaar. Daarom adviseert Kurstjens-Van der Spek aan het begin van het traject al: let op je leefstijl. ‘Naast gezond eten, is het beste advies dat ik kan geven: bewegen, bewegen, bewegen. Ga sporten, doe aan krachttraining en yoga om de boel soepel te houden. Dat laatste kan ook een oplossing zijn voor een andere veel gehoorde bijwerking, namelijk spierpijn- en gewrichtsklachten. Al blijven deze spier- en gewrichtsklachten soms een moeilijk op te lossen kwaal. Als iemand alleen stijf is bij het opstaan en er na wat yogaoefeningen weer tegenaan kan, is de bijwerking draaglijk. Dat wordt een ander verhaal als iemand haar bed niet meer uitkomt en elke dag pijn ondervindt.’
Stoppen of doorgaan
Voor ongeveer de helft van de vrouwen zijn spierpijn- en gewrichtsklachten reden om te switchen naar een andere soort anti-hormonale therapie. Als ook dat nog geen verbetering geeft, kan een patiënt tijdelijk stoppen met de behandeling om te kijken of het echt aan de medicatie ligt. ‘Het is uiteindelijk onze taak als zorgverleners mee te denken met de patiënt en in te schatten hoe stevig we bij ernstige bijwerkingen moeten vasthouden aan de anti-hormonale therapie. Heeft iemand een heel hoog risico op de terugkeer van borstkanker, dan blijven we uitgebreid zoeken hoe we de bijwerkingen onder controle kunnen krijgen. Of we iets kunnen aanpassen of moeten wisselen of besluiten te stoppen. Zit een patiënt in een lage risicogroep en heeft ze al van alles geprobeerd om van vervelende klachten af te komen, zonder succes; dan moet je misschien op een gegeven moment besluiten: we maken de behandeling niet af. Het kost me te veel levenskwaliteit en die prijs is te hoog. Het risico dat je loopt om opnieuw borstkanker te krijgen als je voortijdig stopt, kunnen we onder andere berekenen met het PREDICT-model. Uiteindelijk neemt de patiënt samen met de internist-oncoloog altijd een weloverwogen beslissing.’
Kinderwens
Jonge vrouwen die anti-hormonale therapie krijgen, hebben soms nog een kinderwens. Uit een onlangs uitgevoerde studie blijkt dat vrouwen die twee jaar lang anti-hormonale therapie hebben gehad, hun behandeling veilig tijdelijk kunnen onderbreken voor een zwangerschap en het daarna weer kunnen oppakken. De kans op een natuurlijke zwangerschap is overigens kleiner na een borstkankerbehandeling. Vaak hebben deze vrouwen voordat ze het traject ingingen hun eicellen al ingevroren.
Kurstjens-Van der Spek ziet haar patiënten doorgaans maar één keer per jaar. Wat ze in élk geval één keer aankaart in de spreekkamer, is de invloed die anti-hormonale therapie kan hebben op iemands seksualiteit. Geen zin in seks en een droge vagina zijn veelgehoorde bijwerkingen. ‘Gelukkig zijn er wel hormoonvrije crèmes en glijmiddelen, zodat de start al wat beter is. En soms helpt bekkenbodemfysiotherapie als er veel fysieke spanning is ontstaan’, geeft de verpleegkundig specialist aan. ‘Ik zeg bij dit soort bijwerkingen altijd dat we wel realistisch moeten blijven. Een vluggertje zit er misschien niet meer in. Maak daar niet een al te groot probleem van. Probeer liever samen naar oplossingen te zoeken, zoals bijvoorbeeld meer tijd nemen voor elkaar.’
‘Ik realiseer me dat ik een mazzelkont ben’
Mirjam Rinzema (60): ‘In 1997 kreeg ik voor het eerst borstkanker. Ik werd geopereerd en kreeg bestraling en chemotherapie. Vijf jaar later werd ik genezen verklaard. In 2007 ontdekte ik in mijn andere borst een deukje en een knobbeltje. Het bleek hormoongevoelige borstkanker met leveruitzaaiingen. Ik was hoogzwanger, de bevalling werd opgewekt en al in de kraamtijd startte ik met chemotherapie. Dat was zwaar: een baby en veel onzekerheid over mijn toekomst. Gelukkig sloeg de behandeling goed aan en startte ik anti-hormonale therapie, wat nu Anastrozol heet. Bijna twintig jaar later gebruik ik die medicatie nog steeds, plus elke drie weken een injectie. Ik voel me goed, heb geen bijwerkingen en leef zo gezond mogelijk. Zo kan het dus ook gaan, ik realiseer me dat ik een mazzelkont ben. Aan stoppen denk ik niet. ‘Never change a winning team’, zegt mijn oncoloog altijd.’
‘De bijwerkingen beperkten me in het dagelijks leven’
Berrie Leijs (56): ‘In 2020 kreeg ik hormonale borstkanker. Na de primaire behandelingen startte ik met anti-hormonale therapie, bedoeld voor vijf jaar. Ik kreeg last van opvliegers, spierpijn- en gewrichtsklachten, kwam wel tien kilo aan en was doorlopend vermoeid.
Uiteraard heb ik alles gedaan daarvan af te komen. De opvliegers kreeg ik redelijk onder controle, maar de gewrichtsklachten niet. Ze beperkten me in mijn dagelijks leven. Wandelen met de hond lukte vaak niet meer. Na twee jaar ben ik een aantal weken gestopt om te kijken of het beter ging. Ik knapte zienderogen op en stapte over op een ander medicijn. Helaas gaf die na een poosje dezelfde bijwerkingen. Uiteindelijk moest een anti-depressiemiddel mijn zenuwen platleggen, waardoor de pijn verminderde, maar mijn emoties vlakker werden. Ik weet nog dat ik op de diploma-uitreiking van een van mijn kinderen stond. Supertrots, maar ik voelde het niet. In overleg met mijn oncoloog maakte ik de afweging: wegen de bijwerkingen op tegen het risico op terugkeer van de kanker?
De PREDICT-tool liet zien dat vijf jaar therapie mijn risico met tien procent zou verlagen; wat eerder stoppen betekent, is onbekend. Ik besloot het risico te nemen. Nu voel ik me duidelijk beter: minder gewrichtspijn, emotioneel weer mezelf en een veel hogere kwaliteit van leven. Dat is me veel waard.’
Anti-hormoontherapie wordt ook heel vaak ‘hormoontherapie’ of ‘hormonale therapie’ genoemd. Op onze website vind je meer informatie. Daar staat ook een filmpje over deze therapie.