Wie kanker krijgt, krijgt te maken met artsen, behandelingen en schema’s. Maar ook met angst, onzekerheid en reacties van anderen. In haar boek De psychologische impact van kanker pleit Marije van der Lee voor een andere manier van kijken naar mensen met kanker: niet naar losse klachten, maar naar het hele netwerk van factoren dat iemands leven beïnvloedt.
‘Dat de impact van kanker groot is, lijkt me duidelijk’, begint Marije van der Lee. Zij is hoofd wetenschappelijk onderzoek en gezondheidspsycholoog bij het Helen Dowling Instituut en hoogleraar psycho-oncologie aan Tilburg University. ‘De impact verandert in de verschillende fases die deze ziekte kent. Bij de diagnose is er vooral veel onzekerheid. Tijdens de behandeling zijn patiënten zó druk bezig met overleven, dat ze zelf weinig ruimte hebben om stil te staan bij wat er allemaal gebeurt. De omgeving ziet dat wel, zij staan tijdens de behandelingen aan de zijlijn en voelen zich vaak in de war en verdrietig. Als de medische behandelingen voorbij zijn, is die omgeving vooral opgelucht: het is achter de rug.’
Op het moment dat de vaste structuur van behandelingen wegvalt, dringt bij veel patiënten de vraag zich op hoe je terugkeert naar het oude leven, als dat al kan. ‘Veel mensen ontdekken dat ze blijvende beperkingen hebben, fysiek én mentaal, en voelen dat ze niet meer dezelfde zijn. Vaak zit de omgeving dan in een andere fase: die haalt alweer opgelucht adem en heeft langzaam minder aandacht voor de patiënt. Dat is allemaal logisch, maar juist daar wringt het. Emoties horen bij ons mens-zijn en bij het dagelijks leven. Ze zijn een manier om te communiceren met anderen. Maar je hebt wel ruimte nodig om te kunnen voelen wat je voelt. En als je omgeving vooral blij is, of zegt: “je mag niet opgeven”, dan is er eigenlijk geen plek voor het verdriet dat je voelt. Dan kun je daar nergens mee naartoe, dat maakt het zo lastig.’
Neem emoties serieus
Van der Lee vervolgt: ‘Een belangrijke boodschap in mijn boek is dat lichaam en geest niet gescheiden zijn. Het is niet gek om psychische klachten te ervaren door de confrontatie met kanker. Als reactie op kanker zijn allerlei emoties normaal, ook als het gevoelens zijn die je niet kent van jezelf. En als het lukt om die emoties toe te laten, nemen ze vaak vanzelf weer af. Het is belangrijk om je te realiseren dat emoties richtingaanwijzers zijn in dit hele proces. Die moet je niet onderdrukken, maar serieus nemen. Probeer te onderzoeken wat je voelt – hoe lastig dat soms ook kan zijn. Soms word je overspoeld door angst. Dat betekent niet dat er iets ernstigs aan de hand is, het is vooral een onprettig gevoel. Je kunt leren tegen jezelf te zeggen “ik voel me nu angstig, dat mag, het hoort erbij”. En vervolgens kan het helpen om een ontspanningsoefening te doen en je aandacht te vestigen op je lijf, zodat je hoofd tot rust kan komen.’
Netwerk van factoren
Kanker heeft vaak invloed op vele domeinen, schrijft van der Lee in haar boek. Het raakt je lichaam, het raakt aan zingeving, het raakt je naasten, het raakt de manier waarop je eerder met andere problemen omging en het raakt je identiteit. Het is eigenlijk verrassend dat door kanker niet iedereen uit evenwicht raakt en vast komt te zitten in elkaar versterkende klachten en krachten. Van der Lee: ‘Als je emoties blijft wegduwen of er juist overmatig over gaat piekeren, kom je in een vicieuze cirkel waarin emoties, gedachten en gedrag elkaar versterken. Ik ken bijvoorbeeld vrouwen die slecht slapen door pijn in hun lijf of door opvliegers, ze liggen te piekeren over die pijn en de gevolgen van de ziekte, zijn hyperalert op andere klachten in hun lijf en maken zich daar zorgen over. Dat brengt spanning met zich mee, ze slapen nog slechter, staan vermoeid op, slepen zich door de dag en hebben geen zin in afleiding of om leuke dingen te doen. Met meer isolatie, angst en somberheid als gevolg. Mensen zitten dan vast in een netwerk van elkaar versterkende factoren. En in plaats van dat emoties je helpen, zitten ze je in de weg.’
Mens als geheel
Van der Lee pleit ervoor dat patiënten niet alleen in hun omgeving anders worden gedragen, maar ook in het hele zorglandschap. De kankerzorg in Nederland is heel goed, maar ook versnipperd. De aandacht gaat vaak uit naar het medisch bestrijden van de ziekte, terwijl de mens achter de patiënt gemakkelijk uit beeld raakt. Van der Lee: “Als je kanker krijgt, ontmoet je verschillende hulpverleners die zich allemaal bezighouden met een stukje van de zorg. Alle specialisaties hebben voor heel veel medische kennis gezorgd. Maar als patiënt kun je je wel versnipperd voelen en zo kan de samenhang in jouw proces uit beeld raken. We kunnen niet verlangen dat iedere arts alles weet. Maar het helpt al als iedere arts zich er wel bewust van is dat hij of zij maar één deel van het geheel ziet. Daarnaast zou wat mij betreft psychologische kennis over gedrag en de mentale impact van kanker al vanaf de diagnose een vanzelfsprekend onderdeel van de zorg moeten zijn. Dat hoeft niet per se meer tijd te kosten. Het heeft ook te maken met de kwaliteit van het contact, in echt even aanwezig zijn, iemand aankijken en goed samenwerken als team.’
Anders leren kijken
De oplossing zit in anders leren kijken naar deze ziekte en oog te hebben voor de samenhang tussen mentale en fysieke aspecten. Maar zo benadrukt Van der Lee: ‘De werkelijkheid is oneindig complex. Om grip te krijgen op die complexiteit hebben we ordening nodig, onderscheiden we categorieën en worden er woorden en labels aan gegeven. Vanuit daar moeten we uitzoomen en per persoon kijken wat er nodig is – liefst om te voorkomen dat diegene vastloopt.’ En wat als je zelf ervaart dat je vastzit in je gevoel? Van der Lee is heel helder: ‘Trek aan de bel bij iemand bij wie je een goed gevoel hebt. Dat kan je huisarts zijn, een verpleegkundig specialist, een casemanager. Of een goede vriend of vriendin die jou vervolgens weer kan helpen de juiste hulp in te schakelen. Het is een ingewikkelde puzzel. We hebben een meer holistische aanpak nodig, waarin je niet alleen wordt gedragen door zorgverleners, maar ook door de mensen om je heen. Dit proces verloopt zelden rechtlijnig; het vraagt tijd, geduld en zorg voor jezelf, met steun van anderen.’
