8 / 10
Het pathologierapport: wat is het en wat kun je ermee?

Het pathologierapport: wat is het en wat kun je ermee?

Van labuitslagen tot brieven aan je huisarts: waarschijnlijk geeft ook jouw ziekenhuis je via internet toegang tot je medische gegevens. Steeds meer ziekenhuizen voegen daar het pathologierapport aan toe. Wat staat daarin en wat heb je eraanWe vragen het patholoog dr. Emilie Groen, gespecialiseerd in borstkanker, van het Antoni van Leeuwenhoek – Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. 

Een patholoog is een medisch specialist die ziekten vaststelt door lichaamsmateriaal zoals cellen, lichaamsvloeistoffen en weefsel te onderzoeken. Bijvoorbeeld om de aard van een afwijking, zoals kanker, te bepalenDe uitkomst van het onderzoek door de patholoog wordt beschreven in het pathologierapport. Met dit rapport, plus andere uitslagen van bijvoorbeeld de radiologie, kan het behandelteam de diagnose zo goed mogelijk stellen. Het bevat details over de soort en grootte van de tumor en – indien van toepassing – aanwezigheid van tumor in lymfeklieren of op andere plekken in het lichaam. Met enig begrip van je pathologierapport kun je beter samen met je arts beslissen over je behandeling.  

Medische materie

Het pathologierapport staat vol medisch jargon. Het is dan ook bedoeld voor het multidisciplinair overleg van medisch specialisten. Radiologen, pathologen, chirurgen, bestralingsartsen en internist-oncologen bespreken de informatie om gezamenlijk de diagnose te bevestigen en op basis daarvan te kiezen voor de beste behandeling.  

De informatie kan je overweldigen en misschien zelfs verontrusten als je bijvoorbeeld zelf de betekenis op internet gaat opzoeken. Je kunt het rapport niet los zien van andere bevindingen, meent dr. Emilie Groen. ‘Beter vraag je daarom je behandelend arts of hoofdbehandelaar om toelichting. In grote lijnen leggen we uit wat er in het rapport staat.’ 

‘Het allerbelangrijkste voor de patiënt is natuurlijk de conclusie met de diagnose’, vertelt Groen. ‘Is de afwijking kwaadaardig of niet? En als die kwaadaardig is, hoe ernstig is het? Dat hangt van veel factoren af, zoals de plek, grootte en soort van de tumor. Dat staat allemaal in het rapport.’ 
Het pathologisch onderzoek en de rapportage gebeurt volgens een richtlijn met een vaste checklist. Zo ziet de patholoog niets over het hoofd en zijn de rapporten voor wetenschappelijk onderzoek goed vergelijkbaar. 

Het rapport opent meestal met de klinische geschiedenis. Dat is belangrijke informatie van je arts voor de patholoog over symptomen, uitslagen van scans en de reden waarom het onderzoek is aangevraagd. Deze informatie helpt de patholoog om de juiste diagnose te kunnen stellen. 

Macro- en microscopisch onderzoek 

Als eerste beschrijven we wat voelbaar en met het blote oog zichtbaar is, vervolgt Groen. Dit is het macroscopisch onderzoek. Daarnaast bekijken we het weefsel onder de microscoop. We beschrijven bij een tumor de grootte, de vorm en het uiterlijk. Ook bepalen we of er tumorcellen zichtbaar zijn in vaatjes en of alles verwijderd is. Met andere woorden: zijn de snijranden vrij? Het kan ook zijn dat we zogenoemd ductaal carcinoma in situ zien, afgekort tot DCIS. Dit komt in combinatie met een tumor voor, maar er kan ook alleen DCIS te zien zijn. DCIS is een mogelijke voorloper van kanker, waarbij afwijkend weefsel zich beperkt tot de melkgangen. Dit is geen kanker, maar dit kan het wel worden. Er is veel onderzoek naar DCIS. Bijvoorbeeld om te bepalen of behandeling van DCIS nog nodig is, omdat het vaak niet overgaat in kanker. 

Receptoren en biomarkers

Het pathologierapport zegt ook iets over de aanwezigheid van zogenoemde receptoren en resultaten van biomarkers. Receptoren zijn eiwit- en hormoonontvangers op tumoren. Biomarkers zijn andere meetbare indicatoren die iets zeggen over de tumorbijvoorbeeld of de tumor gevoelig is voor een bepaalde behandelingWe bespreken er een aantal. De meest bekende factor is de oestrogeenreceptor (ER). Als in minder dan 10 procent van de tumorcellen de ER aanwezig is (ER-positief), dan is de tumor waarschijnlijk gevoelig voor anti-oestrogeenbehandeling. 

Vaak wordt ook bepaald of de progesteronreceptor (PR) in de tumorcellen aanwezig is. Ook is er een type borstkanker dat vaak gevoelig is voor het remmen van een HER2 groeisignaal (HER2-positief borstkanker). Tot slot zijn er ook tumorvarianten die negatief zijn voor ER, PR en HER2. Deze informatie is medebepalend om te komen tot een behandeladvies op maat. 

Een aantal recenter ontdekte kenmerken zijn minder bekend, zoals meting van hoe vaak de cellen delen met Ki-67, de hoeveelheid afweercellen rond de tumor (stromale TIL’s) en de aanwezigheid van immuunremmend eiwit (PD-L1 middels CPS). 

Ki-67

De Ki-67 is een zogenoemde tumor- of biomarker. Zo’n marker kan iets aantonen. ‘Bij de Ki-67 toont een kleuring aan hoe hard de tumorcellen delen (proliferatie genoemd). Hoe harder de tumor deelt, hoe agressiever die is. En hoe agressiever, hoe slechter de prognose’, vervolgt Groen. ‘Toch gebruikt niet elk ziekenhuis de Ki-67. De methode is niet heel nauwkeurig. Ook zijn er meerdere manieren om te bepalen of de tumor agressief is of juist langzaam groeit, bijvoorbeeld door de tumor te graderen of met behulp van zogenoemde genexpressieprofielen (zoals onder andere de MammaPrint of Oncotype DX).’

Voor het bepalen van de prognose wordt ook gekeken naar kenmerken als de grootte van de tumor, of er uitzaaiingen naar de lymfklieren zijn en de leeftijd van de patiënt. ‘Volgens de huidige richtlijn kan de Ki-67 als hulpmiddel worden gebruikt om het risico van de tumor voor de patiënt mede te bepalen, maar niet als enige marker.’

Stromale TIL’s

TIL’s staat voor Tumor-infiltrerende lymfocyten. Dit zijn speciale afweercellen van het eigen immuunsysteem die kankercellen herkennen en aanvallen. ‘We onderzoeken hoeveel van die afweercellen er rond de tumor zijn, uitgedrukt in een percentage. Uit onderzoek blijkt dat een hoog percentage afweercellen verband heeft met een betere ziektevrije overleving en ook betere reactie op therapie bij bepaalde subgroepen van patiënten.’  

CPS

Sommige kankerbehandelingen, ook wel immuuntherapie genoemd, helpen het eigen afweersysteem kankercellen beter aan te pakken. Kankercellen kunnen het afweersysteem namelijk afremmen, waardoor afweercellen hun werk minder goed doen. Dat afremmen gebeurt onder andere via het eiwit PD-L1. Door dit eiwit te blokkeren, wordt die rem losgelaten en krijgen afweercellen weer meer ruimte om de tumor aan te vallen. De Combined Positive Score (CPS) geeft daarbij aan hoeveel PD-L1 aanwezig is op de tumor en op de afweercellen eromheen. De score loopt van 0 tot 100. Bij borstkanker wordt een CPS van 10 of hoger gezien als PD-L1-positief. Een hogere CPS-score kan erop wijzen dat immuuntherapie beter aanslaat, al wordt hier nog veel onderzoek naar gedaan.

Bespreek het met je arts

Groen benadrukt dat het pathologierapport in de eerste plaats is opgesteld voor je medisch behandelteam. Het bevat alle informatie die elke betrokken specialist nodig heeft om vanuit zijn of haar vak de juiste behandeloverwegingen te maken, waarbij alles in het team voortdurend wordt besproken. Inzage in het rapport geeft je enige houvast voor jouw situatie. Bedenk dat de gegevens van en voor jou persoonlijk zijn. Je kunt uitslagen daarom niet vergelijken met die van anderen op internet of met AI. Stel je vragen daarom aan je behandelend arts. 

Borstkankervereniging Nederland heeft het boekje ‘Wat voor borstkanker heb ik?’ herzien en opnieuw uitgegeven. Je kunt dit boekje gratis bestellen (max 1 per persoon) via het bestelformulier op onze website.