5 / 10
Yora Rienstra: 'Het sterkt me te zien hoe veerkrachtig vrouwen zijn'

Yora Rienstra: ‘Het sterkt me te zien hoe veerkrachtig vrouwen zijn’

Cabaretier, columnist en programmamaker Yora Rienstra (45) kreeg in april 2025 de diagnose borstkanker. Een klap die ze nog steeds aan het verwerken is. Tegelijkertijd heeft ze maar één doel: meer bewustzijn creëren rondom borstkanker, én betere screening van vrouwen met dicht borstklierweefsel – of ze dat nu bereikt via stand-up comedy of een kritische radiocolumn. ‘Humor is mijn uitlaatklep.’

‘Vrouwen vinden het soms moeilijk dat ik grappen maak over mijn borstkanker. In mijn eindejaarsvoorstelling Vrouwejaars, die ik sinds drie jaar in wisselende samenstelling speel met vrouwelijke cabaretiers als Kim Schuddeboom, Kiki Schippers, Katinka Polderman en Vera van Zelm, vertelde ik een anekdote over de marteling van de mammografie. Ik kreeg een mail van een bezoeker die zei: “Je doet er zo stoer over, maar het is verschrikkelijk!” En dat is ook zo. Maar humor is voor mij geen stoerdoenerij, het is mijn manier om mijn diagnose leefbaar te houden. Die diagnose: lobulair carcinoom met een diffuus patroon. Iedereen verwerkt dat anders. Evengoed maakte ik een paar weken na mijn diagnose een serieuze, kritische radiocolumn over de noodzaak van MRI-scans bij vrouwen met dicht borstweefsel.

Voorop: medisch gezien gaat het goed met mij. In oktober 2025 verklaarden de artsen me na een operatie en een bestralingstraject schoon. Dat is de fysieke kant. Mentaal ben ik de klap nog steeds aan het verwerken. Ik denk nog elke dag aan mijn ziekte, heb flashbacks en ik denk vaker aan de dood.

Zelfonderzoek

Ik heb grote borsten met dicht klierweefsel. Dat betekent dat als ik mezelf controleer, ik altijd van alles voel: bobbels, ribbels, knobbeltjes – een soort zwarte buckelpiste. Ik heb last van angsten en ben een hypochonder, dus sloeg ik zo’n check lange tijd liever over. Mijn oma, de moeder van mijn vader, heeft ooit borstkanker gehad. Mijn vader vertelde het mijn zus en mij toen we al wat ouder waren, we wisten allemaal niets over erfelijkheid. Bovendien: ze overleed op jonge leeftijd aan iets anders, ik heb haar nooit gekend.

Op advies van de huisarts liet mijn vader zich toch onderzoeken in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam. Als hij het BRCA-gen niet zou hebben, zouden wij als dochters ook veilig zijn. Gelukkig had hij het niet, en voelde ik me enigszins gerustgesteld.

De serie Linda’s kankerverhaal die documentairemaker Linda Hakeboom vanaf eind 2020 uitzond op linda.nl opende mijn ogen: jezelf controleren is van levensbelang. Daarbij kwam ik vijf jaar geleden toevallig mijn eerste liefde tegen, ik had een relatie met haar toen ik 25 was. Ze had uitgezaaide borstkanker, vertelde ze. Een aantal jaar bleef ik af en aan in haar leven, maar in het laatste jaar van haar leven ben ik heel dichtbij haar en haar familie geweest, dat raakte me enorm.

In die periode zat ik zelf al in de medische molen. Op een mammografie, die ik kreeg nadat ik een bobbeltje voelde, waren kalkspatjes te zien. Die kunnen een voorstadium zijn van borstkanker, maar ze veranderden niet. Op een gegeven moment zeiden de artsen: kom maar terug als je iets voelt. Dat deed ik continu. Dan ging naar de huisarts, kreeg weer een mammografie, en bleek het keer op keer niets.

Medisch gezien geluk

In oktober 2024 ontdekte ik iets in mijn linkerborst. In het Antoni van Leeuwenhoek deden ze een mammografie en een echo. Aan de andere kant zat de tumor er toen waarschijnlijk al, maar die ontdekten ze pas een halfjaar later, in april 2025, toen ik opnieuw iets voelde. “Ik voel niets wat meteen verdacht is”, zei de huisarts. “Het is geen typisch knobbeltje, het voelt meer als een harde klier, maar better safe than sorry. Dus verwees ze me door. Tijdens de echo bleef de radioloog wel héél lang op één punt hangen, tot ze zei: “Ik zie een plekje”. Ik wist meteen dat het niet goed was. Ik kreeg een punctie, ook van een verdikte klier in mijn oksel, en regelde in gedachten mijn begrafenis al. Ik kon alleen maar huilen en hyperventileren. Mijn vrouw zat met onze jongste zoon van 8 in het zwembad en was onbereikbaar. In de zon terwijl ik wachtte belde ik mijn zus, mijn ouders. En toen ik na anderhalf uur de spreekkamer weer binnenliep en een maatschappelijk werkster trof, wist ik dat het fout was.

Daarna begon de ergste week van mijn leven. Ik had kanker, maar verder moest alles nog duidelijk worden. Wat voor soort het was, hoe agressief, of het was uitgezaaid? Ik kreeg opnieuw een genetisch onderzoek, bloedtesten. En eindelijk een MRI, waarvan ik later dacht: die had ik in oktober al moeten krijgen, want op een mammografie was mijn type tumor ook zonder mijn dichte klierweefsel niet te zien, die is een soort kameleon. Ik ontdekte een wereld waarvan ik niet wist dat hij bestond. Met verschillende soorten borstkanker, hun groeisnelheden en agressie. Vijftien procent van de vrouwen met borstkanker heeft mijn type, leerde ik. Ik werd geopereerd en bestraald, het Antoni van Leeuwenhoek behandelde me fantastisch. Medisch gezien had ik geluk.

Humor als uitlaatklep

Onze zonen, nu 13 en 8, vertelden mijn vrouw en ik het pas toen alle uitslagen binnen waren. Gelukkig kon ik ze redelijk positief nieuws vertellen binnen een rotboodschap: het komt vaak voor, ze kunnen me opereren, ik word behandeld. De stiefoma van mijn oudste zoon had dit ook gehad, wist mijn oudste, en die was er weer bovenop gekomen. Dat hielp. Het was de dag voor Moederdag, en de volgende dag hadden ze een schilderijtje voor me gemaakt met borsten en hartjes. Zó ontroerend. We hebben school ingelicht zodat ze er daar over konden praten en hebben geprobeerd hun leven zo normaal mogelijk door te laten gaan. Voor mij viel de operatie mee. De bestraling vond ik zwaarder, maar het mentale aspect vond en vind ik het zwaarst. Ten tijde van de diagnose was ik ook nog bezig met het verwerken van het overlijden van mijn ex-vriendin. Rouwen om iemand van je eigen leeftijd is rauw. Daarover praat ik met een psycholoog. En ik slik nu medicatie tegen mijn angst.

Mijn werk is mijn houvast. Ik ben al snel weer gaan spelen en columns gaan schrijven. Humor is mijn uitlaatklep. Doordat ik in Vrouwejaars die mammografie zo uitvergrootte, zag het publiek ook hoe belachelijk het is wat vrouwen moeten ondergaan. In de voorstelling vroeg ik vaak wie borstkanker had of had gehad, en elke avond gingen er zeven, acht, negen handen omhoog. En waren vast nog meer die hun hand niet opstaken. Want het is zo eenzaam, zo’n proces. Niemand kan het van je overnemen. En als je schoon bent verklaard, denkt iedereen: klaar, door. Terwijl dan het verwerken pas begint.

Lotgenoten

Ik vind het heftig dat vrouwen met dicht borstklierweefsel niet standaard een echo of MRI krijgen. Mammografie werkt bij ons vaak gewoon niet goed. Het gaat over geld en capaciteit, maar het kost levens. Ik neem de artsen niets kwalijk, zij doen wat ze kunnen binnen de richtlijnen, maar het systeem laat vrouwen in de steek. Daarom wilde ik er zo snel open over zijn.

De angst of het terugkomt zal altijd wel een beetje blijven. Maar ik weet: als het terugkomt, kunnen ze het weer behandelen. In juli krijg ik mijn eerste controle. Spannend, maar ik probeer er nu niet elke dag mee bezig te zijn. Er rust nog steeds een taboe op het woord kanker. Mensen vinden het eng en weten niet wat ze tegen je moeten zeggen. Maar juist door je verhaal te delen, voel je je minder alleen. Vraag hulp. Ook aan het ziekenhuis, ook als ze het niet uit zichzelf aanbieden. Die periode tussen de diagnose en de start van de behandeling is het moeilijkst. Ga er niet alleen mee zitten, ik heb veel gehad aan lotgenoten. Het sterkt me te zien hoe veerkrachtig vrouwen zijn.’